Mentale problemen in Nederland en Oekraïne

Mijn verhaal gaat over de langeretermijn effecten van oorlog op de mentale gesteldheid van Oekraïners in Nederland en in Oekraïne zelf.  Kun je eigenlijk wel gewend raken aan luchtalarm? Wat zijn de langetermijngevolgen van stress?

Mijn interesse in Oekraïne komt voort uit dat ik al van jongs af aan geïnteresseerd ben in het Oostblok.  In mijn studententijd viel de muur en dit gaf veel ruimte voor uitwisselingen met de Jonge Democraten naar het voormalige Oostblok.  Ik heb zelfs enkele cursussen Russisch gedaan.  Alhoewel de taal sterk verwaterd is, heb ik nog enige basiskennis.  Mijn verdere interesses zijn sociale zekerheid, internationaal recht en Europees recht.

Mijn man en ik waren erg onder de indruk dat Rusland Oekraïne binnenviel. We wisten meteen dat dit een Europese oorlog is en er veel voor Europa op het spel staat.  Ik wilde wat doen, maar wat?

Via een twitter bericht zag ik dat een goede kennis van me twee mensen uit Kharkiv wilde onderbrengen in een gastgezin. Voor ik het wist zei ik ja, en mijn man moest zich maar voegen.  Onze twee lieve dames geven al bijna 2 jaar hun visie mee over Oekraïne.

In de loop der maanden was er een verschil in beleving van de oorlog bij hen en bij hun vrienden en familie die in Oekraïne achtergebleven zijn. Hun familie en vrienden zeiden in de eerste maanden dat ze snel gewend waren geraakt aan het luchtalarm. Maar is dit wel zo?

Mijn verhaal gaat over de mentale problemen van Oekraïense kinderen in Nederland en Oekraïne.  De NPO 1 had op 27 januari 2023 een indringende fragment over de invloed van de oorlog op de mentale situatie van kinderen in Kyiv[1].

De spreker Sven Coppens van Plan Nederland ziet dat veel kinderen in het land gestopt zijn met praten, paniekaanvallen hebben, slecht slapen en vaak boos zijn. “Dit soort reacties zien we in alle crises waar Plan International werkt, maar in het bijzonder nu in deze crisis waar een oorlog aan de basis ligt van de mentale gezondheidsproblemen.”

De situatie in Oekraïne is dat de er geen onderwijs meer gegeven wordt omdat publieke ruimten constant onder vuur worden genomen door de Russen.  Het thuis onderwijs heeft veel invloed op kinderen. We weten van de coronatijd dat online onderwijs al grote mentale impact had, laat staan in een constant onveilige oorlogssituatie.

Enkele opmerkingen van onze huisgenoten:

Eerste maanden

  • Het duurt niet lang, over een maand dan kunnen we wel terug;
  • Nu na de zomer zal het offensief wel geslaagd zijn;
  • We kijken het nog even aan;
  • Ik wil terug en zou graag een baan willen in het veilige deel van Oekraïne;
  • Ik wil terug dus ik hoef niet op Nederlandse les.

Vorig jaar:

Uiteindelijke zijn vorig jaar alle twee onze huisgenoten een maand terug gegaan naar Kyiv. En daaruit bleek dat teruggaan toch niet hun voorkeur had. Het was nergens veilig, ook in Lviv en Kyiv niet. Moeder wil vooral een goede toekomst voor haar dochter van 22.  Haar dochter heeft inmiddels een baan in Amsterdam en goed contact met enkele Oekraïense kennissen en collega’s.

Dochter is net online afgestudeerd in Kharkiv, maar het diploma moet fysiek worden opgehaald. Dit is nu niet mogelijk. Een vriendin van haar kan al helemaal niet terug, want afgestudeerde artsen mogen het land niet meer uit. Het zijn essentiële beroepen geworden voor de oorlog.

Moeder is arts en heeft weinig mogelijkheden om op haar niveau in Nederland aan de slag te gaan. Uiteindelijk is ze met frisse tegenzin Nederlands gaan leren. Dit is een behoorlijke uitdaging en het valt haar tegen. Ik probeer haar te overtuigen dat het echt wel gaat lukken, maar het echt onderdompelen in de Nederlandse samenleving is nog een brug te ver.

Mentale problemen in Nederland

De GGD[2] stelt, dat een dagelijkse structuur, waarin ze werken of naar school gaan, heeft een positief effect. Tegelijkertijd lijken het ‘uit de ergste overlevingsstand komen’, het langdurig leven in een stressvolle situatie en een gebrek aan perspectief te zorgen voor een toename van mentale gezondheidsklachten. Mensen die voor hun vlucht al (mentale) gezondheidsproblemen hadden en kinderen en jongeren zijn daarbij extra kwetsbaar.

Ik maak me zorgen over de mentale gesteldheid van onze huisgenoot. Moeder heeft nog geen werk en is vaak bij haar Oekraïense vriendinnen. Mentale problemen zijn niet zo goed bespreekbaar. Ze willen ons niet lastig vallen en het met ons in een huis wonen is niet uiteraard wat ze wil.

Ze heeft grote zorgen over haar ouders. Haar ouders willen niet weg uit Oekraïne en kampen met dezelfde klachten als de kinderen in het fragment, stress en paniekaanvallen. Onze dames hebben gelukkig geen partner in Oekraïne of in het leger, maar wat zou daarvan de impact zijn op gescheiden gezinnen?

Uitzichtloosheid in Oekraïne

Er is steeds een andere beleving van de oorlog. Eerst was er de adrenaline kick en iedereen in Oekraïne ging voor de overwinning. Nu  zijn de mensen worden apathisch en murw.  Er is boosheid in Oekraïne over de mensen die weg zijn gegaan.  Kun je op een gegeven moment nog terug en hoe word je daar ontvangen?

De veiligheidssituatie werd eerder gebagatelliseerd, maar de oorlog heeft enorme impact, De impact is niet meer herkenbaar voor mensen die dagelijks moeten dealen met de bommen.

Nu is er zodanige stress dat veel mensen in Oekraïne zeggen dat de Krim en de oostelijke gebieden moeten worden afgestaan.  En dit terwijl we weten dat dit de absolute doel is van Rusland, doorgaan met bombarderen tot alle mentale energie opgezogen is uit Oekraïne  en Europa?

Ja, steun is nodig om Oekraïne overeind te houden en mede onze veiligheid te borgen, maar hoe houden ze het vol? Het enige wat ik kan doen is ons huis open te stellen.


[1] https://www.nporadio1.nl/nieuws/buitenland/f9235ea5-e670-4d85-891f-06c2f7867aeb/oekraine-kampt-stilletjes-met-een-mentale-gezondheidscrisis

[2] https://ggdghor.nl/actueel-bericht/vooral-mentale-problemen-bij-oekraiense-ontheemden/

De Europese Unie is voor vrede en welvaart van alle mensen

Een goed functionerende en rechtvaardige rechtsstaat is een voorwaarde voor het bestrijden van opkomend fascisme in Europa.

Het is een unicum dat het Europees Parlement debatteert over de gevolgen van de Toeslagenaffaire in Nederland. D66 Parlementariër Samira Rafaela heeft het debat aangevraagd en Europa gevraagd mee te denken over de gevolgen van de Toeslagenaffaire voor de rechtsstaat. Dergelijke debatten dragen bij aan een nieuwe bestuurscultuur en brengt Europa dichter bij de mensen thuis.

Etniciteit 

De groep slachtoffers van de Toeslagenaffaire bestaat uit hardwerkende middenklassers met een etnisch vinkje. De slachtoffers zijn door discriminatoire algoritmes onterecht van fraude beschuldigd. Hierbij kregen ze geen kans om via een bezwaar- of beroep hun naam te zuiveren. Rechters toetsten vooral procedureel en keken niet of nauwelijks naar de gevolgen van de sancties. De gevolgen waren desastreus. De bedragen die werden teruggevorderd waren zo hoog dat mensen diep in de schulden terecht kwamen.

Non-discriminatie 

Het non-discriminatie beginsel staat verwoord in het verdrag van de Europese Unie. Er zijn diverse verdragsartikelen waar particulieren rechtstreeks een beroep op kunnen doen. Politici zoals Rafaëla erkennen door dit debat de discriminatie, het leed van de slachtoffers van de Toeslagenaffaire en de lacunes in de rechtsstaat. Zij neemt daarmee politieke verantwoordelijkheid voor het overheidsoptreden van Nederland.

Blijf de door de toeslagaffaire beschadigde mensen ondersteunen:

Sommige mensen zullen zeggen: Waarom de vuile was buiten hangen? Ja, uiteraard, de coalitiepartijen zullen deze actie niet leuk vinden. De Toeslagenaffaire is toch politiek afgehandeld? De betrokken politici zijn weliswaar afgetreden en hebben excuses gemaakt, maar de mensen die het aangaat ervaren nog steeds de gevolgen. Deze gevolgen van de Toeslagenaffaire zijn nog onvoldoende afgehandeld, erkend en of verwerkt en vriend Mark Rutte zit nog steeds op dezelfde plek.

Vingertje

Wat mij betreft zouden politici zich vaker kwetsbaarder moeten opstellen, want een kwetsbare houding geeft onze politici eerder een sterkere positie dan een zwakkere. Nederlandse politici kunnen daarna gemakkelijker met het vingertje naar andere landen wijzen, landen waar de rechtsstaat ook onder druk staat.

Europa in de media

Sommige mensen zullen zeggen: Waarom heeft dit uitzonderlijke debat een meerwaarde voor Nederland, er wordt toch niets wezenlijk mee gedaan?

De meerwaarde is dat het debat over de Toeslagenaffaire ervoor zorgt dat de Europese Unie direct in de mainstream media komt. Nu zien alle Nederlanders dat Europa meekijkt naar onze problemen met de rechtsstaat. De Europese Unie pakt een duidelijke rol in de media.

Het werk van de Europese Unie en de parlementariërs dient vaker op de Nederlandse voorpagina’s komen. Met een goede duiding waar Europa wel en niet over gaat. Europa gaat over onze democratische rechtsstaat, het gaat over non-discriminatie én na 70 jaar nog steeds over onze directe vrede en welvaart. 

Ik hoop dat de Nederlandse politici harder gaan lopen om de slachtoffers van de Toeslagenaffaire nog beter te erkennen en te laten begeleiden bij de opgelopen schade.

Stel de burger centraal?

Sommige mensen zullen zeggen: De Nederlandse en Europese politici hebben wel wat anders aan hun hoofd. Jazeker, we hebben meerdere sociale crises, zoals corona, het klimaat, de oorlog en de daaruit voortkomende energiecrisis. Uit de Europese aanpak blijkt dat de veiligheid en welvaart van de burger centraal staat.

In de Toeslagenaffaire stond de burger niet centraal, het beleid ondermijnde de rechtsstaat: falende rechtsbescherming, falende uitvoering door teveel bureaucratie bij overheid, het onvermogen van de belastingdienst om problemen van de individuen op te lossen. 

Maar er zijn meerdere onderliggende “fouten” in de wetgeving, die buiten de Toeslagenwetgeving liggen. Deze fouten liggen in wetten, die het kwetsbare mensen en ook de middenklasse gezinnen extreem moeilijk maakt om hun recht te halen, terwijl de “rijke” toplaag legaal belasting kan ontwijken. Hierdoor is er geen vertrouwen in de rechtvaardigheid van de overheid. 

Kijk naar het gebrek aan maatwerk in de Participatiewet, de schulden die administratief oneindig kunnen oplopen. Het is meer dan terecht dat meerdere aanpalende regelgeving (o.a. de Participatiewet, schuldhulpverlening) voortvarend herzien moet worden.

Rechtvaardigheid

De democratische rechtsstaat en het non-discriminatie beginsel zijn dé fundamenten van de Europese Unie. De EU is opgericht als juridische en economische oplossing tegen het fascisme en voor ieders welvaart. Dit verhaal is ook nu het weerwoord tegen extreem rechts en het populisme. We laten zien dat de nationale en Europese overheid zich inzet om mensen sociaal en economisch door de barre winter heen te slepen. Daarbij is een goed functionerende en rechtvaardige rechtsstaat een voorwaarde om het opkomend fascisme te bestrijden.

Maak voedselbanken overbodig

Het is goed nieuws dat de Volkskrant schrijft dat Minister Schouten de #bijstand wil versoepelen voor het ontvangen van giften of voor het ondersteunen van mantelzorgers, jongeren en kostendelers in de bijstand. Echter ze zegt nog niets over de achtergronden van o.a. de toeslagenaffaire en de daaruit voortkomende noodzaak van voedselbanken. De voedselbank is het meest mensonterende sociale zekerheidsinstituut van Nederland. De overheid is de eerst verantwoordelijke voor het voorzien in een menswaardig bestaan. Een liefdadigheidsinstelling zoals de voedselbank hoort wat mij betreft niet thuis in het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel.


Het is een goed voornemen van de minister dat er meer discretionaire bevoegdheden in de bijstandswet opgenomen worden. Een voorbeeld daarvan is dat bijstandsgerechtigden de mogelijkheid krijgen om giften of boodschappen te accepteren en dat daarbij geen harde grenzen gesteld worden. Iedereen is tenslotte anders en kan in een andere financiële situatie belanden. Maar wat als liefdadigheid de norm wordt?
De minister plaatst haar voornemens in het licht van noodsituaties. Mensen kunnen elkaar helpen in het kader van een persoonlijke crisis of bij het verlenen van mantelzorg. Het omzien naar andere mensen is een groot goed, maar bij het financieel ondersteunen van mensen ligt  de eerste verantwoordelijkheid bij de overheid. De overheid moet daarom álle wetten aanpakken die onnodige #schulden, dakloosheid en of bureaucratie in de hand werken.
De voedselbank kan alleen overbodig worden als de overheid niet alleen de bijstandswet herziet, maar integraal beleid opstelt waarbij het #vertrouwen in mensen centraal staat. #goodgovernance

Bij een nieuwe Participatiewet hoort ook een nieuwe uitvoeringsorganisatie.

De Participatiewet wordt eindelijk aangepast. De huidige wet bevat te veel strikte regels waardoor mensen van de wal in de sloot terecht komen. De wet houdt te weinig rekening met individuele omstandigheden. De aanpassing is hard nodig, maar een wet wijzigen en ook nog implementeren duurt erg lang. Daarom pleit ik ervoor om direct te starten met het flexibeler uitvoeren van de bestaande wet. Het Rijk moet juridisch en financiële ruimte bieden aan gemeenten. Het is nodig voor het welzijn van cliënten én voor de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie.

Lang wetgevingstraject

De analyses in de brief van Minister Schouten van 21 juni 20022 gaan over het aanpassen van de huidige Participatiewet. Dit is conform de uitgangspunten in het coalitieakkoord: eenvoud van regelgeving, de menselijke maat en uitvoerbaarheid. Goede punten, maar voordat deze wetgeving is geïmplementeerd zijn we 4 tot 10 jaar verder. 

De menselijke maat is niet meegenomen bij het maken van de wet

De drie functies van de Participatiewet, (participatie, controle en inkomensfunctie) zijn verschillende pijlers in de wet. De nadruk in de huidige wet ligt op de rechtmatigheid van de uitkering. Ook bij de participatie instrumenten wordt de korting op de uitkering ingezet als dwangmiddel bij het zoeken naar werk. In beide gevallen worden de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde nauwelijks meegewogen.

Een vangnetfunctie heeft van nature meer discretionaire bevoegdheden of kaderstellende regels, zo stelt ook de Minister in haar brief. De wetgever kan namelijk niet alle bijzondere persoonlijke situaties in de wetgeving opnemen. Terwijl de vangnetfunctie wel met persoonlijke omstandigheden rekening zou moeten houden. Deze persoonlijke omstandigheden vormen de basis van de menselijke maat uit het coalitieakkoord. De menselijke maat is bij het ontwerpen van de wet is verdwenen. De focus van de wetgever was toen geheel gericht op rechtmatigheidscontroles en de uitstroom naar werk.

Het functie profiel is gericht op controle

De focus op controle en op de uitstroomfunctie in de Participatiewet heeft een enorme impact gehad op de uitvoering. De medewerkers zijn jaren lang getraind op het strikt toepassen van de wet- en regelgeving . De doorsnee medewerkers zijn niet meer getraind op het doen van onderzoek naar persoonlijke omstandigheden ofwel het vertalen van het dossier naar de “menselijke maat”. De ondersteuning bij het werk zoeken, werd ook een controlerende taak. Daarnaast wordt de hardheidsclausule ook juridisch strikt uitgelegd en kan daardoor nauwelijks worden toegepast. Het functieprofiel van de professionals is daardoor niet meer gericht op het kijken naar de achtergrond van gedrag, maar op hoe wet- en regelgeving moet worden toegepast.

Regels verruimen

De brief van de minister gaat in op enkele concrete artikelen in de wet die grote gevolgen hebben als ze te strikt worden toegepast. Bijvoorbeeld bij de genoemde terugvorderingsregels, de wachttijd voor jongeren onder de 27 jaar, en het omgaan met giften. Hoe we omgaan met deze regels, moet direct worden aangepast. De professional moet onderbouwd kunnen afwijken van de regels, desnoods met een verruimde toepassing van de hardheidsclausule.

Andere professionaliteit inzetten

Mijn pleidooi is net zoals de Minister in haar brief zegt“ Professionals dienen waar mogelijk meer beslisruimte te krijgen in de uitvoering.”

Op een andere manier samenwerken met de cliënt en met alle andere betrokkenen kost veel tijd. Het vergt een ander onderzoek, een andere benadering van de cliënt (meedenken in plaats van de wettekst toepassen). De professionals zouden de ruimte moeten krijgen om te toetsen aan “directe en toekomstige inkomenszekerheid” zodat mensen een menswaardig bestaan kunnen leiden.

Ik pleit ervoor dat de overheid de “menselijke maat” direct invoert en gemeenten daarbij ondersteunt met extra geld voor het starten van pilots, het omvormen van het beleid en het trainen van de professionals.

Mijn visie is dat de menselijke maat op de lange duur geld oplevert voor de maatschappij. Minder stress, minder zorgkosten en meer energie om aan het werk te gaan bij zowel cliënt als uitvoerder.


Opinie: Laat ouders kinderen met een beperking weer echt kunnen verzorgen

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-laat-ouders-kinderen-met-een-beperking-weer-echt-kunnen-verzorgen~be93ce94/

OPINIEOUDER-KINDRELATIE

Laat ouders van kinderen die in instellingen wonen, bijvoorbeeld omdat zij een verstandelijke beperking hebben, weer echt voor ze kunnen zorgen, betogen Kees Bezemer en Lidwien van Langen.Kees Bezemer en Lidwien van Langen19 mei 2020, 12:09

Vrijdagmiddagborrel bij de Stichting Pim in Dorst. In de tuin van de stichting zitten de jongeren, aan de andere kant van het traliehek de ouders. Beeld Arie Kievit

Medewerkers in de zorg vervullen een essentiële en niet onder te waarderen functie in de maatschappij, zo blijkt ook tijdens de huidige coronacrisis. Een deel van de zorg wordt vaak uitgevoerd door niet-professionele zorgverleners, bijvoorbeeld door ouders van kinderen die niet meer thuis wonen. Met het huidige rigoureuze beleid is het echter niet meer mogelijk om als ouder op bezoek te komen, of hooguit achter glas. Daardoor valt hun aandeel in de zorgverlening weg. Wij pleiten ervoor dat ouders van kinderen die in instellingen wonen niet langer als bezoeker worden gezien, maar als ouder en verzorger: hun rol is voor de kinderen minstens even essentieel als die van de zorgprofessional.

Instellingen zoals verpleeghuizen, die veelal te maken hebben met corona-uitbraken, hebben rigoureuze maatregelen genomen. Niemand anders dan het zorgpersoneel mag binnen komen en de gezamenlijke activiteiten worden beperkt of stopgezet. Veel kwetsbare doelgroepen lopen tegen de grenzen van de maatregelen aan. Wat als ouderen letterlijk wegkwijnen op hun kamertje, of als kinderen langer dan verantwoord hun ouders niet meer mogen ontmoeten?

Ook wij lopen tegen die grenzen van het beleid aan. Hoe kunnen we onze rol als ouder van een kind in een zorginstelling invullen? We voelden ons nooit een bezoeker als we bij onze autistische en verstandelijk beperkte zoon op de woongroep waren. Hij is daar thuis, en wij zijn dan thuis met hem en kunnen onze eigen rol als ouders invullen. Normaliter halen we hem geregeld op van school, puzzelen met hem, eten mee en brengen hem ’s avonds naar bed. We bespreken het beleid en de prioriteiten rond onze zoon met de begeleiders en andere professionals. We volgen met de betaalde begeleiders cursussen gebarentaal en doen soms mee met andere cursussen en trainingen over hoe je kinderen begeleidt in specifieke situaties. De positieve ontwikkeling en groei van onze zoon zijn te danken aan een goede afstemming van de professionele zorg op onze wensen en inzichten als ouders.

Beeldbellen

In het begin van de coronacrisis was het pijnlijk maar noodzakelijk dat alles op slot ging. De begeleiders van de groep vangen het fantastisch op en proberen er het beste van te maken door te beeldbellen, foto’s en filmpjes door te sturen en hem wat vaker te knuffelen.

Maar we zijn nu bijna twee maanden verder, al die tijd hebben we de adviezen van het RIVM zoveel mogelijk opgevolgd om de risico’s laag te houden en het gaat nu wel erg lang duren. De kinderen missen de ouders zichtbaar.

We lopen er tegen aan dat het beleid en de protocollen geen ruimte bieden voor ouders die niet als professional bij de instelling werken, maar wel als ouder en verzorger een essentiële rol hebben in de opvoeding, begeleiding en verzorging van de kinderen.

We begrijpen dat er op de instelling veel kwetsbare bewoners wonen en dat er afspraken nodig zijn om te zorgen dat risico’s beheersbaar blijven. Echter, een bezoekregeling waarbij 1,5 meter afstand bewaard moet worden of waarbij een glazen scheidingswand wordt opgetrokken, is niet werkbaar voor kinderen met een verstandelijke beperking en leidt waarschijnlijk alleen maar tot extra onrust en trauma’s.

Lichamelijk contact

De meeste van deze kinderen kunnen nauwelijks verbaal communiceren en zoeken heel sterk lichamelijk contact met de begeleiders – als wij bij hem zijn als ouders, dan is samen met mama en papa op de bank zitten met de iPad één van de belangrijkste activiteiten.

Ouders van kinderen in instellingen zijn niet alleen bezoekers, maar in de eerste plaats medeverzorgers. Dit dient bij het opstellen en het uitwerken van de coronamaatregelen het uitgangspunt te zijn.

Het is toch vreemd dat begeleiders alle normale (nabije) contacthandelingen mogen verrichten met ons kind en wij als ouders geen enkel fysiek contact meer mogen hebben?

Ook voor andere doelgroepen kan het nodig zijn om het begrip ‘huishouden’ te verruimen met enkele cruciale mantelzorgers of directe naasten. In overleg tussen de instellingen en deze betrokkenen kan dan bekeken worden hoe zij hun rol kunnen oppakken, met zo min mogelijk risico’s voor henzelf of voor anderen.

Voor ons komt het erop aan dat op korte termijn perspectief geboden wordt op herstel van een normale ouder-kindrelatie.

Kees Bezemer en Lidwien van Langen, ouders van Peter (15)

Uitgelicht

Sociale rechten zijn ook “Mensenrechten”

 

Wat betekenen “Mensenrechten” voor de gewone burger?

Onder de klassieke mensenrechten vallen integriteitsrechten (zoals de vrijwaring van discriminatie en marteling), vrijheidsrechten (zoals het recht op vrije meningsuiting) en participatierechten voor het maatschappelijke en politieke leven (zoals kiesrecht). Deze rechten staan opgesomd en uitgebreid uitgelegd in het VN-verdrag (BuPo) van 1966.

Naast de klassieke mensenrechten bestaan er ook andere groepen mensenrechten zoals de sociale en economische rechten. Deze betreffen o.a. het recht op behoorlijke levensstandaard, recht op sociale voorzieningen, vrijheid van vakvereniging, recht op onderwijs, recht op gezondheid. Al deze rechten zijn mensenrechten, die ieder mens toekomen, waar ook ter wereld. Bij het bieden van voorzieningen aan mensen zijn dus niet alleen de wettelijke regels van Nederland en de gemeente van toepassing, maar ook de diverse sociale mensenrechten.
Een voorbeeld hoe mensenrechten kunnen helpen is dat sommige mensen tussen wal en schip vallen omdat de regels niet aansluiten op de werkelijke situatie. Hierdoor kunnen mensen in armoede terecht komen en daardoor geen menswaardig leven opbouwen.
Je kan stellen dat mensenrechten het uitgangspunt zijn bij het opstellen én uitvoeren van beleid. Dit betekent dat we niet alleen de regels moeten toepassen, maar ook kijken naar het resultaat bij het toepassen van regelgeving.

Als we op deze manier kijken naar regelgeving kunnen er verschillen ontstaan tussen gemeenten en ook binnen de gemeente bij het toepassen van de regelgeving.
Dit niet altijd onwenselijk, omdat mensen verschillende behoeften kunnen hebben en in verschillende omstandigheden verkeren.

Menselijke waardigheid is dat we in de gemeentelijke uitvoering tegemoet moeten kunnen komen aan essentiële behoeften voor een menswaardig bestaan en maatwerk moeten aanbieden in de bijstand en de Wmo. Maatwerk kan betekenen dat we niet alleen maar de regels toepassen, maar ook naar de uitkomst kijken. Heeft de voorziening werkelijke het gewenste effect? Wordt maatwerk ingezet om mensen zelf meer te laten doen? (om de bezuiniging te halen?) of ondersteunen we mensen werkelijk, zodat ze in hun eigen kracht op hun eigen manier een bijzondere bijdrage aan de samenleving kunnen geven.